Waar gaat het vak van adviseur naar toe?

Date: 03-07-2008
Source: Management en Consulting

Ik zie twee grote stromingen op dit moment: de eerste is verregaande specialisatie, vooral bij grote adviesbureaus. Adviseurs profileren zich als experts. Vergelijk ook de specialisatie van onderzoekers bij Universiteiten. Formele kennis bepaalt het werkterrein van de individuele adviseur. Daarnaast zie je, maar minder veelvuldig, de ontwikkeling van de breed georiënteerde adviseur die op hoog niveau een “integrated judgement” kan geven. Deze adviseur beheerst meerdere specialismen. Hij kan maatwerk leveren, omdat hij verschillende typen kennis aan elkaar kan verbinden.

Is dat puur een kwestie van: ‘het geheel is meer dan de som der delen’, of gaat het ook om de relatie tussen theoretische kennis en ervaring?

Sommige kennis kan men alleen al doende verwerven. Daarom is de organisatie van praktijkervaring essentiëel.
De ontwikkeling loopt zoals in het oude gilde-model, van leerling, via gezel tot meester. Van de leerling wordt verwacht dat hij zich bekwaamt in alle technologieën, theoretische en handelingskennis. Daarnaast dient hij geleide praktijkervaring op te doen. Hij leert door het voorbeeld van de gezel en de meester, die hem coachen en begeleiden. De gezel handelt vooral probleemoplossend; hij beschikt over meerdere analysemethoden, technieken en scenario’s. Hij voert de regie over het proces en leert (via reflectie) op het niveau van de processturing en -ontwikkeling.
Voor velen is dit het eindstadium. Anderen echter beschikken over de kenmerken waardoor zij het tot meester kunnen brengen.

Wat onderscheidt de “eeuwige gezel” van de potentiële meester?

De meester is creatief, hij kan beperkingen omzetten in nieuwe mogelijkheden. Hij beschikt over verbeeldingskracht en schept daardoor iets nieuws, iets origineels. Hij opent deuren die anderen als muur zagen, toont de vergezichten die daarachter schuilgaan. Dit kan op zeer veel terreinen, niet alleen bij kunstenaars, maar ook bij innovatieve wetenschappers, ondernemers en topadviseurs. De meester leert door confrontatie van ongebruikelijke perspectieven (ook met zichzelf), lateraal denken, intuïtie en “AHA”-erlebnissen.

Hoe verhoudt dit type kennis zich tot de kennis die via research aan bijvoorbeeld universiteiten wordt ontwikkeld?

Wetenschappelijke onderzoekers zijn relatief veel tijd kwijt met aantonen dat iets waar is. De methodiek van de kennisontwikkeling bepaalt in de wetenschap de waarde ervan. Dus ook wanneer een wetenschappelijk onderzoeker innovatief of baanbrekend werk doet, kost het veel tijd voordat de vorm voldoet aan de vereisten.
Als meester in ons vak wil je je basis verbreden. Dit betekent de dialoog aangaan met uiteenlopende vormen van kennisontwikkeling, uiteraard ook met de wetenschappelijke “communities of knowledge”. Doel van deze relaties is om je ervaring te delen, ideeën uit te wisselen, en uiteindelijk nieuwe inzichten te genereren. Als bureau zoeken wij systematisch de samenwerking met universiteiten, bijvoorbeeld via gastcolleges en masters thesen, om de relatie tussen theorie en praktijk levend te houden. In de formele opleidingen mis ik echter steeds meer de ambachtelijke kant van ons vak - die moet je mensen “on the job” bijbrengen. Je hebt van veel segmenten kennis nodig; internationalisering, de ontwikkelingen binnen Europa, globalisering, de relatie tussen “core processes”, stakeholders, markt en strategie, tussen financiering en rendement, en ga zo maar door. Om sparring partner te kunnen zijn voor een Raad van Bestuur moet je dit als bagage hebben, met daarboven als belangrijkste je eigen visie. Er is geen opleiding waar je dat leert, behalve in de praktijk zelf.

Zijn er nog andere kanalen die van belang zijn voor de kennisontwikkeling?

Met het oog op de uitwisseling van nieuwe ideeën en inzichten zijn natuurlijk internationale congressen van belang. Na verloop van tijd merk je echter dat je deze meer als producent dan als consument bezoekt, tenzij het een nieuw vakgebied betreft. De echt nieuwe kennis wordt in de praktijk aan de top ontwikkeld, in de confrontatie met “real life” problemen die dringend om een oplossing vragen.

Wie is de topadviseur van de toekomst?

Iemand die op hoog niveau met het cliëntsysteem strategische keuzes ontwikkelt en effectueert. Qua expertise zowel een bestuurskundige als een besliskundige invalshoek. Gevoel voor de inhoud, maar ook voor het proces. Iemand die een alpha, beta en gamma insteek combineert. De co-creatie van veranderingsprocessen kan inspireren. De organisatie draagt de uitvoering, maar de “dwarskijk” van de adviseur is daarbij onmisbaar.

Moet de visie niet van de leider komen?

In de snelle omgeving van nu en de toekomst, kun je de visie niet meer van één persoon verwachten. Het gaat om de combinatie van disciplines en invalshoeken, plus het kunnen motiveren van mensen. Daarin vormt en ontwikkelt zich de visie.

Wat vraagt dit van je bureau?

Een gemeenschappelijk taal- en begrippenkader is essentieel. De selectie van teamleden is gebaseerd op de gewenste combinatie van invalshoeken. Daarbij het pi-model: iedereen excelleert ten minste in een of twee disciplines, maar is daarnaast breed georiënteerd. Kernbegrippen zijn flexibiliteit, inlevingsvermogen, verbeeldingskracht en circulair denken. De organisatie is daarop afgestemd: wisselende facetten van kennis, wisselende combinaties van teamleden, naar gelang de opdracht. Zo ontwikkel je expertise in de praktijk. Vervolgens moet het collectief geheugen geborgd worden via het virtuele systeem, zodat je van elkaar kunt zien hoe je bezig bent. Capability building bij het cliëntsysteem, maar ook in je eigen organisatie.

Hoe weet je of dit lukt?

Tot nu toe hebben we in ons bureau met elkaar steeds onze nieuwsgierigheid en ons plezier in het leren behouden. Zolang je elkaar kunt prikkelen, met elkaar kunt sparren, geïnvolveerde discussies kunt houden en de mix van kennis met de nodige humor weet te kruiden, zit je volgens mij op de goede weg. Zeker als je nieuwe oplossingen vindt, die je cliëntsystemen inspireren om zelf creatief mee te ontwikkelen.